Effect op bodemkoolstof het grootst
In de nieuwe rekenwijze komt de koolstofemissie uit de bodem gemiddeld 9 g/kg meetmelk hoger uit dan in 2024, een stijging van 15%. Dit gemiddelde geldt voor alle bodemtypen samen, zowel mineraal als organisch.
Het verschil ontstaat doordat de OS/N-verhouding (organische stof : stikstof) in mest in de versie 2025 specifieker wordt berekend op basis van bedrijfsgegevens. Dit gebeurt voor vrijwel alle mestsoorten op melkveebedrijven, zoals weidemest, drijfmest en vaste mest van graasdieren. In 2024 werd hiervoor nog gewerkt met vaste waarden uit de literatuur.
Door deze meer bedrijfsspecifieke berekening valt de koolstofvastlegging gemiddeld iets lager uit, waardoor de berekende koolstofemissie uit de bodem in 2025 hoger is dan in 2024.
Aanzienlijk verschil in stikstofbodemoverschot
Uit de analyse blijkt dat het gemiddelde stikstofbodemoverschot met 9% daalt (KLW 2025 t.o.v. 2024). Dit komt vooral doordat in de nieuwe versie de gasvormige stikstofverliezen hoger worden ingeschat (van bruto naar nette excretie), met gemiddeld +3 procentpunten. Daardoor blijft er minder stikstof over voor bemesting en zakt het bodemoverschot automatisch mee.
Bij bedrijven met veel vaste mest is het verschil groter dan bij bedrijven die vooral drijfmest gebruiken: de gasvormige verliezen liggen bij vaste mest ruim 25 procentpunten hoger, waardoor de afwijking tussen 2024 en 2025 daar sterker uitvalt.
Kleine verschillen bij overige kengetallen
Voor de andere kengetallen uit tabel 1 zijn de verschillen tussen 2025 en 2024 zeer klein of zelfs 0%. De broeikasgasemissie (inclusief veenemissies) ligt gemiddeld 6 g/kg meetmelk lager, een verschil van minder dan 1%. Deze kleine afwijkingen worden vooral veroorzaakt door licht aangepaste emissiefactoren, zoals bij voedermiddelen, aanvoer van vee en andere grond- en hulpstoffen. Ook de berekening van lachgasemissie is iets gewijzigd en hangt nu deels af van de verandering in bodemkoolstof.
Verder daalt de ammoniakemissie per hectare afgerond net 1%, terwijl het aandeel eiwit van eigen land en het aandeel blijvend grasland beide 0% verschil laten zien.