Notitie effect gewijzigde rekenmethodiek
Het verschil is in beeld gebracht voor de kengetallen:
- Stikstofbodemoverschot per ha
- Ammoniakemissie per ha
- Aandeel eiwit van eigen land
- Aandeel blijvend grasland
- Broeikasgasemissies per kg meetmelk
Verschil bij broeikasgasemissies het grootst
Voor broeikasgasemissies per kg meetmelk is het gemiddelde verschil met de 2022 versie het grootst, namelijk gemiddeld -15%. De belangrijkste reden hiervoor is dat de omrekeningsfactoren voor methaan en lachgas naar CO2-equivalenten zijn aangepast naar internationale standaarden (GWP). Verder daalt de lachgasemissie doordat de rekenwijze is aangepast aan de nationale berekening (NEMA). Daarnaast zijn een aantal emissiefactoren voor voedermiddelen, grond- en meststoffen geactualiseerd. Deze leiden tot een lichte verandering van de broeikasgasemissies.
Ondanks deze aanpassingen zijn er bedrijven met een verhoging van de uitstoot van broeikasgassen. Dit heeft te maken met de toedeling van de emissie van broeikasgassen naar melk en vlees (allocatie). Voor bedrijven met relatief veel vleesproductie is de allocatie naar melkproductie hoger.
Andere kengetallen
Voor stikstofbodemoverschot is het gemiddeld verschil klein, namelijk +2%. Dit wordt veroorzaakt door de actualisatie van conserverings-, veld- en beweidingsverliezen. Het gemiddeld verschil voor de kengetallen ammoniakemissie graasdieren, aandeel eiwit van eigen land en aandeel blijvend grasland is nagenoeg 0 %.
Bron foto: Harry Kolenbrander